Home

IMG_2169

De eerste twee jaar na aanvang van mijn start in Spanje had het lot mij in een klein dorp gebracht. Niet ver van mijn huidige provinciestadje Cáceres, daar waar ik nu woon. Dat waren mijn eerste twee jaartjes wel. Ik zou er een boekwerk over kunnen schrijven. Ik zal de dorpsnaam even in het midden laten, anders gaat iemand anders er aan de slag. Wat een start, in wat een dorp. Dorp is nog een te beduidend woord. Het was meer een buurtschap.

´Het dorp´ van Wim Sonneveld zou direct na het eerste couplet al in herhaling vallen. Compleet vol met de dagelijks terugkerende, eeuwige déjà vu. Van beproevingen en personen. Zoiets als het bestaan dat een schaap ondergaat. Heel zijn leven alleen maar gras eten, zonder er bij na hoeven denken, nou ja… kunnen denken. Gelukkig heeft een schaap 4 poten, anders zou het van verveling vroeg of laat omvallen.

Toch was voor mij een fantastische tijd. En ik had het voor geen goud willen missen. Wat een voorrecht er daar midden tussen te leven, als laatst ingeschreven ingezetene met nummer 351. In de ogen van vele dorpsgenoten, had ik al snel de status van het verdwaalde blonde marsmannetje in de vorm van een reus uit het verre onbekende noorden. Er waren 3 barretjes en een fulltime burgemeester met 2 fulltime kantoorknechten. Je zou zo denken dat 3 man op de 351 inwoners wel een revolutie van bestuurlijke vernieuwing teweeg zou brengen. Maar niets was minder waar. Ik zat vaak langer in het gemeentehuis te wachten op een papiertje van niets, dan de openingstijden van de plaatselijke kapsalon. Er was één klein winkeltje, en dat had een assortiment groter dan de grootste Albert Heijn in Nederland. Alles wat je wilde hebben hadden ze de volgende dag in huis. Nou ja, ergens in de volgende week.

Om 8 uur in de ochtend kwamen de eerste naar-hun-werk-gaande klanten al bij de meest populaire bar voor een kop koffie met één of twee borrels sterke drank. Om vervolgens vol namaak energie de werkdag te beginnen. Om goed te integreren moet je weleens na-apen. Nu, ik heb het een aantal keer geprobeerd, om daarna niets meer te presteren voor de rest van de ochtend. Dat was er snel uit. De helft van de inwoners is de hele dag druk bezig met niets. Maar dat is altijd nog veel beter dan de hele dag niets doen. Er wordt wat water naar de zee gedragen. En aan het einde van de dag gaan ze stuk voor stuk met een voldaan gevoel naar bed.

Er was ook een bakkerijtje, waarvan de oorsprong ergens ligt in een ongeletterde tijd in een ver verleden. De bakker had namelijk géén idee hoeveel generaties zijn familie het bakkers vak al uitoefende. Ik heb het meegemaakt dat er een BBQ werd aangemaakt met grijze PVC pijp van 40 millimeter. En inderdaad…net zo effectief als aanmaakblokjes. Terstond was wel mijn eetlust verdwenen en hield ik het maar bij een glas wijn en wat andere versnaperingen. Er was toen net Wi-Fi op de Plaza Mayor, naast het gemeentehuis. Oudjes van ver in de negentig liepen rondjes om mij heen terwijl ik met mijn laptop op een bankje aan het Skypen was. Zwaar op zoek naar waar de draad nu liep. En uiterst verwonderd waarom ik alsmaar hardop zat te praten. Iedere dag was exact het zelfde. Een omgeving om nooit meer uit een diepe rust te ontwaken. Maar meer dan voldoende stof om er een prachtig boek over te schrijven. Less is more.

De heerlijkste eieren, het lekkerste vlees, de zaligste kaas en de meest imposante groenten heb ik er gegeten. Voedsel zoals voedsel zou moeten zijn. Die betreffende BBQ uiteraard niet meegerekend. Ik wist niet dat het nog bestond, dat een plaatselijke dorpsgek de gewillige verleidingen van een ezelin niet kon weerstaan. Of omgekeerd. Want ik heb namelijk werkelijk geen idee hoe zoiets ontstaat. Toen ik er later eens naar informeerde in mijn favoriete bar, bleek dat geen enkel probleem. ´Beter de ezelin dan onze dochters´ kreeg ik te horen. Heerlijk die Katholieke kerk. De marges zijn ruim. Maar dat weten we al een tijdje.

Mijn Spaanse Anabel moet er niets van hebben. Van het hele dorp. Zij heeft dan ook een totaal andere achtergrond. En ik kan het wel begrijpen. Ze is er twee keer met mij geweest, maar wil er nooit meer terug. Gelukkig begrijpt ze mijn humor inmiddels dondersgoed en ook mijn verlangen om nog steeds met enige regelmaat mijn ´geboorte` dorp te bezoeken. Ik kom er dus nog altijd één keer in de twee maanden. Mijn Spaanse lievelingsdorp. Met haar alledaagse karakteristieke dorpscultuur. Maar dat boek, dat gaat er komen. Vroeg of laat.

http://spaansnieuws.com/karakteristieke-dorpscultuur/

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s